Eerst 'JUIST', dan pas 'MEER'

De problemen met oefentherapie

Bij oefentherapie gebruikt de patiënt zijn gebruikelijke manier van bewegen. Welke andere zou er beschikbaar zijn? Deze wijze wordt door hemzelf 'gewoon' genoemd en bevonden. Anders bewegen zou toch 'zot' zijn. Er is hier een spraakverwarring tussen de begrippen 'gebruikelijk' en 'normaal'. 

Een eenvoudig voorbeeld. Stel dat je de opdracht krijgt: "Breng je armen zijwaarts". De meeste patiënten gaan daarbij hun schouderbladen optrekken, en tegelijk hun hoofd naar beneden trekken. Je hoofd naar beneden trekken is niet erg efficiënt als je wil blijven staan. Ze starten de beweging dus onefficiënt. Snel zullen ze ook een signaal krijgen 'stop'. Er ontstaat ergens een lokale spanning. Ze vinden de 'oefening' niet goed voor hun. Ze willen wel meer bewegen, starten er ook mee doch ervaren al snel de problemen waarvoor ze juist in 'behandeling' kwamen. 

Het boek Body in Peace beschrijft een groot stuk van de weg die werd bewandeld om adekwate oplossing te vinden voor deze Catch 22

Op het Klik, Kijk en Voel blad van deze site tonen we je een paar filmpjes die ieder een ander facet tonen van wat met woordne niet goed kan worden uitgedrukt.

Wat volgt is een 'tabel' waar de Etudes uit DoorvoeldBewegen tegen 'oefenen' wordt gesteld. In de realiteit is deze dualiteit niet steeds zo duidelijk. 

Het verschil tussen de études van DoorvoeldBewegen en GET / oefenen.

Motorisch leren vraagt om expertise, zowel van de therapeut als van de patiënt. Wanneer het voor beiden de bedoeling is om tot relatief duurzame veranderingen te komen in hoe patiënten zich houden en hoe ze bewegen is ons inziens klassieke oefentherapie in een eerste fase niet geschikt. 

De wijze van houden en bewegen kan maar gewijzigd worden middels het automatiseren van nieuwe (en dus voor de patiënt bij aanvang steeds vreemde) perceptie-actie koppelingen. 

Etudes vs GET / Oefenen

impliciet leren • expliciet leren

endogeen gestuurd  • exogeen, visueel gestuurd

tensegrale kwaliteit primeert • ‘hefboom / gewricht’ georganiseerd

niet nociceptische info • aandacht voor nociceptische info

aandacht voor de hint van de tutor • aandacht voor de bewegingsopdracht

aandacht voor de functie • aandacht voor het lichaam

aandacht voor de wijze waarop • aandacht voor het einddoel

laten gebeuren • doen

mogen • moeten

niet oordelen • willen weten of de beweging juist is, was of zal zijn

niet echt verstaan wat gebeurt • zijn best doen

licht voelen • goed gegrond voelen

verwondering als default • klaar zijn voor iets, meestal niet wetend waarvoor

fauwten mogen • moet juist zijn

de gemakkelijke weg • no pain no gain

ballans, evenwicht  • ‘strak in het pak’

niet beïnvloed door tweede taak • sterk beïnvloed door tweede taak 

niet stressgevoelig • sterk stressgevoelig

niet erg context gevoelig • context gevoelig

leren zet zich door na de begeleiding • leren stopt bij beëindigen van begeleiding

slaap consolideert • slaap doet het geleerde afnemen

interne locus of control • externe locus of control

voor-verbeelden • na-denken

anticipatie • controle

van rechts naar links in het brein • van links naar rechts

bottom up • top down

van achter naar voor • van voor naar achter

antifragiel (Nassim Taleb) • fragiel, robuust

en tot slot, met dank aan Dr. Hugo Stuer:

leerspel, spelend leren • de macht der gewoonte

 

“© copyright – Jan b Eyskens – 2014”